Welkom op de website van Camerata Trajectina. Een ogenblik geduld alstublieft...


Welcome at Camerata Trajectina's website. Please, wait a moment...

De Zeven Zonden van Jeroen Bosch

Den duvelmakere, zo werd Jeroen Bosch (ca.1457-1516) door zijn tijdgenoten genoemd, onovertroffen in het uitbeelden van 'gespook en gedrochten der hellen'. Taferelen met duivels, monsters en hun slachtoffers waren Bosch' handelsmerk. Toch waren ze geen doel op zich. Bosch' werken zijn doortrokken van een christelijke moraal waarin de mens door zijn eigen wil het goede boven het kwade kan verkiezen en zo de zaligheid verwerven, in plaats van te moeten branden in de hel. Maar dat ging niet vanzelf. Steeds weer moest hij aan de vleselijke lusten die hem naar de zonde trokken weerstand bieden.

Dat is ook de gedachte achter het paneel De zeven hoofdzonden en de vier uitersten. Elk van deze zonden kan fataal zijn voor het zielenheil, is de strekking van dit moralistische thema, dat in Bosch' tijd al in een traditie van meer dan duizend jaar stond. Het waren de dochters van Lucifer en elke dochter had ook weer een stel dochters. Zo kon men alle zonden in het schema van de zeven hoofdzonden een plaats geven.

In het midden van het paneel zien we het Oog van God, met de tekst "Cave, cave, Dominus videt" – "Pas op, pas op, God ziet"; "ziet U", zijn we geneigd aan te vullen, of misschien wel "ziet alles", of "ziet al je zonden". De pupil toont de verrijzende Christus. De zonden staan rondom het oog afgebeeld als personen uit het dagelijks leven. Een jonge vrouw voor de spiegel verbeeldt de Hoogmoed, een winkelier die zijn rijke buurman benijdt de Afgunst, een corrupte rechter de Hebzucht, enzovoorts. Luiheid, Vraatzucht, Wellust en Woede maken de cirkel rond. In de hoeken van het paneel zien we wat er op het leven volgt: de Vier Uitersten, te weten de Dood, het Laatste Oordeel en tenslotte de Hel of de Hemel. In de Hel zien we de zeven hoofdzonden terug, die er de vreselijkste straffen ondergaan. Wie deugdzaam heeft geleefd betreedt de Hemel.

Het is niet helemaal duidelijk of dit paneel van Jeroen Bosch zelf is; mogelijk werd het geschilderd door een leerling of een navolger, of is het een kopie. Het past in elk geval wel helemaal in Bosch' gedachtewereld. Dergelijke moralistische schilderingen maakten Bosch tot een veelgevraagd kunstenaar, die in 's-Hertogenbosch het leven van een eerzaam burger leidde. Hoewel van huis uit niet bemiddeld steeg hij na zijn huwelijk met een rijke vrouw snel op de maatschappelijke ladder. Al rond zijn dertigste werd Bosch uitgenodigd toe te treden tot de Lieve Vrouwe Broederschap – een hele eer voor iemand van zijn eenvoudige komaf – en een jaar later was hij gezworen lid. De broeders waren aanzienlijke lieden, waaronder edelen. Hun vergaderingen over liefdadige activiteiten werden steevast besloten met overvloedige maaltijden, waarbij de zangers van de broederschap optraden, gekleed in plechtige tabbaarts.

Op 28 december was de belangrijkste bijeenkomst van het jaar. Dan werd gebraad van koninklijke allure opgediend: een zwaan. Daarom werd het genootschap de Zwanenbroederschap genoemd. Men had een eigen kapel in de Sint Jan, waar meerstemmige muziek werd verzorgd door de genoemde zangers, die de Broederschap in vaste dienst had. Jeroen Bosch beschikte al met al over een uitstekend netwerk in de sociale klasse waartoe de potentiële afnemers van zijn schilderijen hoorden. Daartoe behoorden ook vorsten. Het paneel met de zeven hoofdzonden bevond zich ooit in de slaapkamer van koning Filips II van Spanje, weten we uit een inventarislijst van het Escorial. Van Filips is bekend dat hij urenlang over het schilderij kon mediteren, gezeten in zijn bidstoel. Daartoe boden de thema's van de zeven hoofdzonden en de vier uitersten ook alle gelegenheid. Wegens de ronde schikking van de figuren wordt aangenomen dat het paneel was bedoeld als tafelblad. Anderen denken dat het aan het plafond werd bevestigd.

Deze cd is de soundtrack van een muziektheatervoorstelling die Camerata Trajectina samen met regisseur Jos Groenier en dansmeester Lieven Baert op de schildering van de Zeven Hoofdzonden heeft gebaseerd. Elke zonde zingt zijn of haar eigen lied. Omdat in het Nederlandse lied rond 1500 het thema van de zeven hoofdzonden nog zeldzaam is en het voor ons doel weinig bruikbaars oplevert, hebben we Gerrit Komrij gevraagd toepasselijke teksten te schrijven op melodieën die in Bosch' tijd in de Nederlanden gezongen werden. De meeste melodieën zijn afkomstig uit geestelijke handschriften, waarin wereldlijke wijzen staan genoteerd om de devote teksten op te zingen.

Bij elke zonde wordt in de voorstelling ook gedanst, op muziek die in Bosch' tijd daarvoor gebruikt werd. Zo danst de ijdele Vrouwe Hoogmoed enkele bassedances, begeleid door de 'haute musique' die op bals gebruikelijk was: luide blaasinstrumenten als schalmeien en trombone. De melodieën staan genoteerd in een prachtig zwart perkamenten muziekboek met zilveren noten op gouden lijnen. Daaronder staan de passen aangegeven, wederom in zilver. Het boek behoorde toe aan Margaretha van Oostenrijk, die hof hield in Mechelen en de stad 's-Hertogenbosch enkele malen heeft bezocht. Na het lied van de Afgunst wordt La Gelosia (dat ook 'de afgunst' betekent) gedanst, waarvan een choreografie voor zes dansers bewaard is gebleven van de hand van de beroemde Italiaanse dansmeester Domenico da Piacenza (ca.1400-ca.1476). Maar er zijn ook volkse melodieën, zoals de 'dansliedekens' uit de Souterliedekens (hier gespeeld op een doedelzak), waarop we vraatzuchtige dikkerds laten dansen. Nog volkser is een melodie uit een zangboek voor Modern Devoten, waarvan de wijsaanduiding (Tis al ghedaen, mijn oestwairts gaen al teghen den wint) een wereldlijke herkomst suggereert en het notenschrift een hallucinerende dansmelodie laat zien. Deze muziek wordt door ons uitgevoerd op xylofoon, draailier en triangel ter begeleiding van een dans van kreupele bedelaars, die zich met hun krukken voortbewegen op de maat van de muziek. Ook in de Hel moest er gedanst worden, vonden we. Hiervoor heb ik een swingend, tweestemmig kerstliedje uitgezocht, waarop de geuzen later "Antichrist is geboren" zouden zingen. Het klinkt echter te vriendelijk voor een helledans. Ik heb het daarom bewerkt volgens de principes van het contrapunctus falsus, een improvisatietechniek waarmee men in de vijftiende eeuw bij droevige gebeurtenissen ambrosiaanse gezangen placht te zingen. Consonante intervallen waren in het valse contrapunt verboden; er mochten alleen dissonanten als secundes en septiemen klinken. Antimuziek, zou je kunnen zeggen.

Tegenover al deze zondige en helse klanken staat hemelse meerstemmigheid, die door de voorstelling heen is gevlochten. Daartoe is geput uit de koorboeken van de Zwanenbroederschap. De beroemde muziekkopiïst en componist Petrus Alamire heeft verscheidene koorboeken vervaardigd voor de broederschap, waarvan hijzelf buitenlid was. Hij deed dat aan het begin van zijn carrière in 1496 en veel later nog eens, in 1530-31. Drie van die late boeken hebben de tand des tijds doorstaan en zijn nog steeds in het bezit van de broederschap. Het zijn prachtige handschriften in groot formaat, zodat de zes zangers er gezamenlijk uit konden zingen, zoals te doen gebruikelijk was. Voor onze voorstelling kozen we uit de Bossche koorboeken muziek van twee componisten uit de tijd van Jeroen Bosch, die beiden aan het Franse hof hebben gewerkt. Ten eerste het Kyrie, Sanctus en Agnus Dei uit de Missa de Feria ('door-de-weekse mis') van Antoine de Févin (ca.1470-1511/12). Deze muziek is overwegend vijfstemmig, waarbij één van de stemmen een andere in canon volgt. Dergelijke contrapuntische technieken kenmerken de Franco-Vlaamse school waartoe deze muziek behoort. Nog knapper is het achtstemmige Mariamotet Nesciens mater virgo virum van Jean Mouton (voor 1459-1522). Dit stuk is een wonder van compositietechniek. In het koorboek staan slechts vier stemmen genoteerd. De andere vier stemmen zijn canons in de kwint, die na twee maten inzetten. Die partijen hoefden dus niet genoteerd te worden. En het meest verbluffende: dit contrapuntische hoogstandje levert aangrijpende muziek op. Zo kunnen we ons moeiteloos de hemel voorstellen.

© 2009, Louis Peter Grijp

close